 |
|
Uit de zaadkorrel groeide een machtige boom
Als we tang teruggaan in de geschiedenis, zouden we kunnen beginnen
in 1750. Toen schreef in Engeland Ricardo Russell een dissertatie
waarin hij aandacht vroeg voor de betekenis van dé zeelucht
en bet zeewater voor verschillende aandoeningen, in bet bijzonder
voor het nuttig effect daarvan bij klierzwellingen. Men neemt
aan dat de oprichting door dokter Lettsom van een eerste herstellingsoord
te Margate voor scrofuleuze kinderen uit Londen een gevolg is
geweest
van Russells inzichten.
Veel vorderingen op het gebied van de kinderverpleging werden
voorlopig niet gemaakt, waarbij opgemerkt dient te worden dat
bet in deze eerste
gevallen — en dat geldt ook voor de Nederlandse ontwikkeling — steeds
ging om zieke kinderen. Van vakantieko!onies was bepaa!d
nog geen sprake. In 1856 opende in Italië dokter Barel!ai
uit F!orence een ‘ospice marine’. Enkeiejaren later
stichtte mevrouw Armaingaud in bet zuiden van Frankrijk een
zeehospitium,
ook a! weer voor scrofu!euze kinderen. In dat land kende
men ook bet speciale aan zee gelegen kinderhospitaa! in Berck
sur
Mer, een dependance van de kinderziekenhuizen in Parijs.
Voor Duits!and noteren wij dat daar na 1886 aan verschi!lende
kusten zeehospitia werden opgericht, waarin zieke kinderen
werden opgenomen.
Bij al dit werk stond één ding voorop: hulp geven
aan zieke kinderen in huizen die min of meer overeenkomst
vertoonden met een kinderziekenhuis.
Een geheel ander type kolonie
ontstond
toen in 1876 de Zwitserse predikant Walter Bion begon te
ijveren voor de oprichting van wat hij noemde ‘colo¬nies
de vacances’, waarvan bet woord vakantiekolonie gemakkelijk
valt af te leiden. Bion was lange tijd predikant geweest
in de frisse en gezonde streken van het kanton Appenzell. In
1873 nam
hij een beroep aan naar Zurich. Daar deed hij de treurige
ontdekking dat de gezondheidstoestand van zijn kinderen ernstig
achteruit
liep; toen hij met zijn familie met vakantie naar Appenze!l
ging, verbeterde die toestand zienderogen. Deze sociaai bewogen
man bezon zich daarop op middeien om kinderen uit de achterbuurten
van ZUrich ook te laten genieten van !icht en lucht in Appenzell.
Hij nam contact op met enke!e weldenkende medeburgers, zoals
die lieden toen genoemd werden. Zo zag hij kans om in 1876
gedurende de vakantie 68 arme schoolkinderen onder te brengen
in Appenzell.
Men kon al spoedig van een doorslaand succes spreken. In
andere plaatsen werden soortge!ijke initiatieven genomen
en kort voor
1900 waren er zeker al twintig steden die vakantiekolonies
hadden. Het ging hierbij om de bevordering van levenslust,
geluk, gezondheid. De verzorging van de kinderen was bijna
steeds toevertrouwd
aan onderwijzers, die vaak vergezeld werden door hun vrouwen.
Zodoende stond het pedagogische element bij dit werk op de
voorgrond.
Een arts kwam alleen kijken als er werkelijk zieke kinderen
waren. Pas later zou op de medische zijde en de hygiënische
kant nadruk worden gelegd.
Brion, wiens naam met bijzondere eerbied moet worden genoemd,
schreef later zelf over zijn onverwacht succes het vo!gende. ‘Zo
is uit de zaadkorrel, die ik voor twintig jaar hopend en vrezend
in de bodem van mijn vaderland !egde, een machtige boom gegroeid,
die naar al!e zijden zijn takken en twijgen uitbreidt’.
Woorden die zeer waar zijn gebleken.
In Duitsland werden in 1878 voor bet eerst kinderen naar
een vakantiekolonie gezonden; dat gebeurde nadat dokter
Varrentrap uit Frankfurt am Main met eigen ogen in Zwitserland
de resultaten
van het werk van Brion had gezien.
In Frankrijk namen dominee en mevrouw Lorriaux bet initiatief;
deze predi¬kant had bij zijn ambtgenoot Brion in Zwitserland
rondgekeken en nam in 1881 een proef met een eerste uitzending
van slechts drie kinderen die bij een boerin in Normandië werden
ondergebracht. Daarop stichtten zij een vereniging van protestantse
signatuur, L’oeuvre des Trois Semaines. In de koloniehuizen
waar de kinderen werden ondergebracht, verbieven zij telkens
drie weken: een methode die later veel navo!ging vond.
Ook de Franse arts Cottinet ging in Zwitser!and rondkijken
en waagde in 1883 een eerste poging om achttien kinderen
uit Parijs onder te brengen in een !eegstaande kostschoo!. Met
als programma:
wandelen en zingen; wassen en gymnastiek; met gezond en smake!ijk
voedsel en geen onderwijs:
a!leen moesten de kinderen zich een uur per dag wijden aan bet
bijhouden van een dagboek, voorwaar geen gemakkelijke opdracht,
maar dat moesten zij er dan maar voor over hebben.
In België gafdokter Kops in Brussel de stoot tot oprichting
van schoolkolonies of 'colonies scolaires’, die voor
een groot gedee!te betaa!d werden uit door overheidsinstanties
verstrekte ge!dmidde!en.
In Engeland, dat wij reeds noemden, werd in 1884 de Children’s
Country Holidays Fund opgericht, die jaar!ijks Londense schoolkinderen
ging uitzenden, waarbij het werk gedeeltelijk werd verricht
door wijkcomités. De ouders van de kinderen werden verp!icht
steeds een dee! van de kosten van uitzending, hoe bescheiden ook,
zelf te betalen; de kinderen werden ondergebracht bij boeren op
bet land die onder toezicht stonden van speciaa! daartoe aangeste!de
zo genoemde correspondenten.
In Denemarken werd de zaak in die dagen meteen flink aangepakt
en ook landen als Rusland en Spanje bleven niet achter.
|